reservecapaciteit als buffer blijft noodzakelijk 

Begin 2018 was de verwachting nog dat de opvang zou krimpen naar 15.200 bewoners, maar eind van het jaar stond de teller op ruim 22.000. “Zo onvoorspelbaar is de praktijk”, vertelt Huub Wilbrink, strategisch adviseur capaciteit. Na opeenvolgende krimprondes vanwege overcapaciteit moest daardoor vanaf afgelopen zomer juist reservecapaciteit worden ingezet. “Dat zorgde voor spanning. Toen bleek weer hoe essentieel reservecapaciteit als buffer is, om dergelijke periodes goed door te komen, met zo min mogelijk last voor gemeenten. Dat is gelukt.”

Huub Wilbrink

In de zomer steeg het aantal bewoners in met name de procesopvanglocaties (pol), dus aan voorkant van het opvangproces. Daardoor stegen de bezettingsgraden. “Dat doet wat met de leefbaarheid en beheersbaarheid op locaties. Helemaal in combinatie met de toename van de bijzondere doelgroep ‘veilige landers’Met alle collega’s hebben we een forse krachtinspanning geleverd en een paar duizend nieuwe plekken verwezenlijkt in een krappe vastgoed- en personeelsmarkt. Daarna vlakte de groei van de bezetting

wat af.”

Samenwerking gemeenten

“Kon het beter? Misschien wel. We hadden richting de zomer niet meteen allemaal door dat we ons qua bezetting in een andere film bevonden. We daalden niet zoals verwacht, maar stegen juist. Dat moment herkennen, daar worden we wel steeds beter in. Zo gaf de prognose halverwege 2018 andere cijfers aan waarop we meteen hebben ingespeeld. Belangrijk is dat we vooraf met onze samenwerkingspartners afspreken hoe we op- en afschalen als dat nodig blijkt, ook als zich een onverwachte situatie voordoet. Nieuwe locaties opent het COA alleen na overeenstemming met het lokaal bestuur. Intern en extern willen we altijd kunnen uitleggen waarom we een locatie openen en hoe de besluitvorming tot stand is gekomen.”

Handelingsperspectief op- en afschalen

In 2018 is, in samenwerking met de VNG, hiertoe het ‘Handelingsperspectief op- en afschalen’ ontwikkeld. Dit is aangeboden aan het programma Flexibilisering Asielketen en gepresenteerd aan de Landelijke Regietafel Migratie en Integratie. “Daarin staat hoe we stap voor stap opvangcapaciteit openen of sluiten als de vraag naar asielopvang verandert, in de vorm van legostenen. 

Dat geeft onze samenwerkingspartners, zoals gemeenten, duidelijkheid over wat van wie wordt verwacht in welke situatie. Directe reservecapaciteit wordt bij een onverwachte groei als eerste ingezet, zoals afgelopen zomer. Is er nog meer groei nodig, dan kan de incidentele capaciteit, zoals recreatieparken of leegstaande gevangenissen en indirecte capaciteit, zoals units op veldjes, worden gebruikt. Door de goede werving in het najaar was noodopvang gelukkig niet nodig. We konden snel tijdelijke locaties (her)openen in Wassenaar, Goes, Sweikhuizen, Den Helder, Hengelo, Delfzijl, Alkmaar en Apeldoorn.”

Dat geeft onze samenwerkingspartners, zoals gemeenten, duidelijkheid over wat van wie wordt verwacht in welke situatie.

Buffer noodzakelijk

Voortdurend bekijkt het COA waar opvang kan worden gesloten, waar de opvang zou moeten blijven en waar die kan groeien. “Altijd binnen het financieel kader van het ministerie van Justitie & Veiligheid”, benadrukt Wilbrink. Een kader dat strakker wordt. “We hopen dan ook en doen er alles aan om bestaande locaties binnen bestaande afspraken als reservecapaciteit te mogen aanhouden. Zodat we ook in de toekomst een buffer hebben en de inzet van noodopvang kunnen voorkomen. Als we echt minder reservecapaciteit mogen houden, zijn we minder wendbaar. Het risico op noodmaatregelen en daarmee maatschappelijke en financieel ineffectieve maatregelen neemt dan toe.” 

Krappe vastgoed- en arbeidsmarkt 

De arbeidsmarkt en de vastgoedmarkt zijn het afgelopen jaar nog krapper geworden. “In 2018 is de arbeidsmarkt echt veranderd. Onze HRM-afdeling is samen met partner Start People steeds beter in staat om de arbeidsmarktpotentie te voorspellen. Bepaalde arbeidsmarktregio’s lijken de komende jaren krap te blijven. Er zijn ook meer vissers die in de welzijnsvijver hengelen, onder meer doordat de uitvoering van de wmo naar de gemeenten is gegaan. Aan de andere kant konden we de groei in 2015 waarschijnlijk mede aan dankzij de decentralisatie van de jeugdzorg.”

Ook de vastgoedmarkt is krapper en duurder geworden. “Die markt is weinig voorspelbaar. Bij capaciteitsbesluiten is het belangrijk om met beide ontwikkelingen rekening te houden, terwijl ook de criteria van de Landelijke Regietafel onverminderd van kracht blijven, bijvoorbeeld op het gebied van spreiding. Het is onze ambitie om samen met de omgeving daarin nog wendbaarder te worden. Bijvoorbeeld door juist in rustiger tijden afspraken te maken met gemeenten voor de lange termijn. Dat biedt hen meer duidelijkheid en je kunt sneller schakelen als het nodig is. Ook contractpartners op het gebied van de zorg en bijvoorbeeld vrijwilligersorganisaties zijn heel belangrijk in dit proces.”