Vroege Integratie en Participatie: verbeteren en verankeren

Het programma Vroege Integratie en Participatie (VrIP) krijgt groen licht om door te gaan. Dit programma richt zich op het beter en in een vroeger stadium aansluiten bij de kansen en talenten van nieuwkomers, zodat zij zo snel mogelijk kunnen participeren en integreren. Het COA werkt daarbij nauw samen met gemeenten en andere partners. Het programma kent drie pijlers: kansrijke koppeling, zinvolle dagbesteding en de warme overdracht naar gemeenten.

Nadia Arsieni

Jeroen Boerman

In 2018 is veel aandacht besteed aan het verbeteren van de ondersteuning en de kwaliteit van VrIP. Zo is veel geïnvesteerd in de Monitor VrIP om op resultaten te kunnen sturen. “Een lang proces waarin we de Monitor steeds beter hebben gemaakt. Ook hebben we gewerkt aan het verbeteren van onze aanpak in de praktijk. De pilots Nareizigers en Vroege screening bleken heel succesvol. Het proces rondom nareizigers is nu standaard geworden”, vertelt beleidsregisseur Nadia Arsieni enthousiast.

Vroege screening

Kansrijke koppeling – waarbij vergunninghouders worden gekoppeld aan gemeenten die zo goed mogelijk aansluiten bij hun perspectieven op werk of onderwijs - begint met een screeningsgesprek op de locatie. Bij de pilot in Ter Apel wordt het screeningsgesprek al vóór de vergunningverlening gevoerd. Op basis van opleiding, werkervaring, ambities en sociaal netwerk wordt een regioadvies gegeven. Door het moment van het gesprek naar voren te halen, ligt hier minder tijdsdruk op. Ook kan op deze manier voor elke doelgroep het gesprek worden gevoerd voorafgaand aan doorplaatsing naar het azc. In Ter Apel steeg het aantal gevoerde screeningsgesprekken door de pilot van veertig naar meer dan tachtig procent.

Verlenging

Dankzij de goede resultaten besloot het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) de pilot te verlengen. Ook stelde SZW eind 2018 een onderzoek in om het proces van screening en matching verder te verbeteren. Eind maart 2019 wordt het onderzoeksrapport verwacht. Dan wordt ook duidelijk of vroege screening definitief zal worden ingevoerd. In het laatste kwartaal van 2018 hebben vier implementatieadviseurs de locaties van hun unit bezocht. Hun inzet leidde in alle units tot hogere percentages van de behaalde resultaten.

We zijn er trots op dat we voor zoveel bewoners een basis leggen voor integratie en participatie.

E-learning Screening en matching

In samenwerking met Divosa, het UWV en SBB ontwikkelde het COA in 2018 ook de e-learning Screening en matching: een kansrijke koppeling. Er stond wel een werkwijze op papier, maar nu is deze dus ook in beeld gevat. Begrijpelijk en makkelijk voor programmabegeleiders, woonbegeleiders, casemanagers en regievoerders.

V-inburgering

Ook binnen het programma Voorbereiding op inburgering (V-inburgering) zijn slagen gemaakt. Nadia: “We hebben iedereen uitgenodigd en 74% van de doelgroep ook daadwerkelijk met ons aanbod bereikt. We zijn er trots op dat we voor zoveel bewoners een basis leggen voor integratie en participatie. Daarnaast is het goed nieuws dat V-inburgering wettelijk wordt verankerd binnen de nieuwe landelijke Wet Inburgering.” Het programma bestaat uit NT2-taallessen, de training Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) en individuele begeleiding en dossiervorming.

Warme overdracht

Met de wijziging van inburgeringsstelsel staan gemeenten voor een veranderopgave. Het COA stelt haar kennis beschikbaar bij de overdracht van vergunninghouders en, in een beperkte variant, van nareizigers. “Zo delen we klantprofielen met gemeenten via het TaakStellingVolgsysteem (TVS). Het versterken van de doorgaande lijn tussen de COA-opvang en de gemeente staat hierbij centraal. Naast digitale overdracht is ook persoonlijk contact belangrijk. De gemeente Zaanstad komt daarom al vroeg kennismaken op het azc en nodigt vergunninghouders uit op het gemeentehuis. Tijdens een wijksafari worden zij wegwijs gemaakt in hun toekomstige buurt. Zij krijgen een goed beeld van hun toekomstige leven en zijn mentaal en praktisch beter voorbereid.”

Stage in de keten

Om mensen goed voor te bereiden op de arbeidsmarkt, zijn stageplekken onmisbaar. De directe stap naar betaald werk is vaak nog te groot. “Op een aantal locaties als Zutphen en Winterswijk hebben locatie medewerkers al een goed netwerk voor stage- en werkervaringsplekken in de omgeving opgebouwd”, zegt Jeroen Boerman, beleidsadviseur binnen VrIP. “In Noord-Holland zoeken casemanagers de samenwerking op met maatschappelijke partijen, zoals New Bees. Die zorgen voor werkervaringsplekken voor vergunninghouders betaald door de gemeente waar ze straks gaan wonen. In Delfzijl zijn ze ook zeer actief, daar ligt de nadruk meer op vrijwilligerswerk.”

Complexe matching

Om andere organisaties het goede voorbeeld te geven, komen er nu ook stageplekken in de kleine keten. IND en COA zijn in 2018 begonnen met de voorbereiding, DIV wil later aanhaken. “Binnen het COA zijn veel interessante werkplekken om ervaring op te doen, van boekhouding op het hoofdkantoor tot maatschappelijk werk door mee te lopen met een woonbegeleider. Tegelijk is voor veel stages kennis van de Nederlandse taal nodig. En we werken met systemen waar bewoners niet in mogen. Dat maakt het complex. Daarom starten we nu met vijf stageplekken om te kijken of het werkt. Elke stageplek willen we zo zinvol mogelijk maken, dus wordt er gezocht naar de juiste match met geschikte kandidaten op basis van talenten en wensen. Als de plekken zijn ingevuld, willen we een gezamenlijke kick off en dan echt beginnen. Doordat we zelf alle stappen doorlopen, weten we ook waar opdrachtgevers tegenaan kunnen lopen bij externe plekken.”