Bureau Internationaal 
2018 was het jaar van zaaien

Sinds begin 2018 vormen Erik Laan en Arjenne Plaizier Bureau Internationaal van het COA. “Wat internationaal gebeurt, bepaalt hoe onze organisatie er over twintig jaar uitziet. Als het in de EU goed geregeld is, maakt dat ons werk meer voorspelbaar en beheersbaar. Dat is de ene kant. Aan de andere kant is Nederland internationaal toonaangevend en zijn wij een welkome kennispartner.”

Arjenne Plaizier 

Erik Laan

Waarom een Bureau Internationaal? Arjenne Plaizier: “We waren internationaal al heel actief en deden dat goed. Wat ontbrak was een echte lijn, een strategie. We hebben een visie gemaakt met plannen in de tijd, die inmiddels is vastgesteld. Daarin zie je dat veel van wat we deden, daar goed in past. Daarnaast is nu duidelijk waar we als COA heen willen in de toekomst.”


“We weten sinds 2015 dat internationale oplossingen onontkoombaar zijn”, vult Erik Laan aan. “Als we in Europa niet goed samenwerken, dan leidt dat tot onvoorspelbaarheid met pieken en dalen in aantallen aankomsten . We zijn er trots op dat in 2015 niemand op straat hoefde te slapen, maar eigenlijk willen we daar niet trots op hoeven zijn. Nederland kan dit soort heftige schommelingen niet in zijn eentje voorkomen. We moeten dat samen doen met onze internationale partners. Ook het regeringsbeleid is daarop gericht en het COA wil daaraan bijdragen.

We zijn er trots op dat in 2015 niemand op straat hoefde te slapen, maar eigenlijk willen we daar niet trots op hoeven zijn.

Drie B’s

De visie van Bureau Internationaal richt zich op het ondersteunen van landen in en om de Europese Unie. Centraal staan de drie B’s. In Brussel gaat het om het harmoniseren van opvangnormen voor alle landen. “Daarmee voorkom je dat sommige landen ondermaatse opvang bieden om asielzoekers te ontmoedigen, die dan naar landen trekken met goede opvang, zoals Nederland. Dan heb je de Binnenring van Europa met vanuit het regeerakkoord een focus op Italië en Griekenland. Afgelopen jaar kwam er ook meer aandacht voor Spanje, vanwege een verschuiving in de route die migranten afleggen. De derde B is de Buitenring: het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Het COA is in Egypte, Oeganda, Niger, Libanon, Jordanië en Turkije actief bij de hervestiging van vluchtelingen naar Nederland. In de buitenring staan we ook de Benedenwindse eilanden bij om hen voor te bereiden bij de opvang van Venezolanen.”

Geen besneeuwde tentjes meer 

Erik licht toe: “Veel landen in bijvoorbeeld Zuid-Europa zijn niet gewend om grote aantallen vluchtelingen op te vangen. We delen onze ervaring met in onder meer Griekenland om te voorkomen dat vluchtelingen opnieuw moeten verblijven in besneeuwde tentjes.” Arjenne: “Een locatiemanager van het COA is nu op het eiland Chios om daar de Griekse manager te adviseren en te ondersteunen, een impactvolle positie. Een andere collega ondersteunt in Athene onze Griekse zusterorganisatie in een opvangteam van EASO, European Asylum Support Office. We nemen de opvang niet over, maar versterken de capaciteit van collega’s elders.”

Kennispartner

Daarnaast komen veel internationale delegaties naar ons land. “De EASO ziet dat het COA een goede naam heeft. Dat vergroot onze invloed in het buitenland. Zo stond er vorig jaar een lovend artikel in Der Spiegel over Ter Apel. ‘All agencies under one roof’ is hot in opvangland, wij hebben daar veel ervaring mee. Ook is er interesse voor onze opvang van alleenstaande minderjarige vluchtelingen, de gezinslocaties en de EBTL. Natuurlijk kijken wij ook naar het buitenland, bijvoorbeeld naar hoe Zweden omgaat met calamiteiten. We leren van elkaar.”

Aanpak overlastgevers 

De strategie richt zich ook op versterking van de keten hier, bijvoorbeeld door samen een internationale agenda te ontwikkelen. Arjenne: “Overlastgevers staan ketenbreed hoog op die agenda. Dit is bij uitstek een onderwerp voor meer internationale samenwerking. Waarom niet een gezamenlijke analyse, registratie en afgestemde aanpak van deze doelgroep?” Erik tot besluit: “Als we aan de Europese buitengrens eerlijk en snel onderscheid maken tussen vluchtelingen en anderen, dan ontstaat vanzelf draagvlak in de rest van Europa voor opvang van mensen die recht hebben op bescherming. Door dit beter te regelen, wordt ons werk voorspelbaarder en kunnen we onze opdracht in Nederland beter vervullen. 2018 was wat dat betreft het jaar van zaaien, 2019 wordt hopelijk het jaar van oogsten.”