Duurzaam bouwen is vooruitkijken 

Uiteraard moeten ook COA-locaties voldoen aan duurzaamheidseisen, onder meer vanuit het Bouwbesluit en de Routekaart 2020-2050 voor de transitie naar energie neutrale gebouwen. 

Dat vereist maatwerk per locatie. De eisen aan een gebouw voor vaste of tijdelijke opvang zijn namelijk verschillend. Ook gelden andere eisen als je een gebouw huurt of wanneer je eigenaar bent. Met een aantal locaties die nu worden gebouwd zet het COA in op maximale duurzaamheid. 


“Nieuw te bouwen locaties waar we een flink aantal jaren blijven, zoals de nieuwe azc’s in Maastricht, Burgum, Delfzijl en Almelo en de renovatieprojecten Gilze en Apeldoorn  kun je meteen zo aanpakken dat ze klaar zijn voor de toekomst. Maar als je weet dat je ergens maar korte tijd zit, dan kun je niet dezelfde dingen doen als bij permanente bouw. Bovendien heb je dan ook te maken met andere wetgeving”, legt John Weeda uit. Hij is projectleider Beheer & Expertise bij de unit Huisvesting. “Bestaande gebouwen, zoals een voormalige Penitentiaire Inrichting of Defensie-gebouwen, zijn vaak moeilijk duurzaam te maken. Uiteraard is er ook een verschil of een gebouw eigendom of huur is. Bij eigendom hebben we te maken met de levensduur van installaties bij het invoeren van duurzame maatregelen. We zoeken steeds naar oplossingen die het beste passen bij de locatie.” 

Lees meer over de bouw van het nieuwe azc in Maastricht →

Terugverdienen geen doel 

Weeda vervolgt: “In het technisch Programma van Eisen nemen we per gebouw alle maatregelen op. Die gaan vaak nog wat verder dan wat op dit moment vereist is. Bouwen is tenslotte vooruitkijken. De Erkende Maatregelen van de Rijksdienst van Ondernemend Nederland (RVO) passen we overal zoveel als mogelijk toe. Dit zijn kortlopende maatregelen die je theoretisch binnen vijf jaar kunt terugverdienen. Andere maatregelen vanuit de routekaart passen we toe op natuurlijke momenten, wanneer je toch al zou moeten investeren in groot of planmatig onderhoud van gebouwen en installaties.” Het idee van het terugverdienen van kosten voor duurzame maatregelen voor de langere termijn moet volgens Weeda worden losgelaten. “Een nieuwe gasketel verdien je ook niet terug, die heb je gewoon nodig. Belangrijker is om te kijken naar het energieverbruik. De uitstoot van CO2 moet gereduceerd worden, energie zal duurder worden, dus per saldo ga je meer betalen. Maar natuurlijk liefst zo min mogelijk.”

‘Een nieuwe gasketel verdien je ook niet terug, die heb je gewoon nodig’

Zonne-energie opslaan

Daarom wordt ook gebruik gemaakt van zonnepanelen. “Het COA is een energiegrootverbruiker Daardoor mag extra opgewekte energie niet worden gesaldeerd, zoals bij een particuliere woning. De te veel geleverde stroom vloeit dus terug naar het elektriciteitsnet met een beperkte terugwinvergoeding. In Ter Apel wekken we bij zonnig weer redelijk precies de hoeveelheid op die we gelijk kunnen verbruiken voor zowel de COA- als IND-gebouwen. Omdat we 24/7 in bedrijf zijn, is dat uiteindelijk slechts rond de dertig/vijfendertig procent van het totaal. Dit vanwege de nachten en de donkere uren in de winter en tijdens bewolkt weer, waarin minder wordt opgewekt. Het wachten is op mogelijkheden om de opgewekte energie makkelijk en voordelig op te slaan. Opslag in accu’s, waterstof of ijzerpoeder zijn heel interessant, maar nu nog te experimenteel of te duur.”

Voorbeelden van duurzame prachtlocaties

Luttelgeest en Dronten 

In Luttelgeest is de complete huisvesting nieuw gebouwd. In Dronten is sprake van bestaande dienstgebouwen en nieuwe woningen. De woningen in Dronten hebben nog een eigen gasketel. In Luttelgeest draait alles op WKO-installaties (warmte-koude opslag in de bodem). Dit kon nog niet voor de woningen in Dronten, onder meer doordat azc’s behoren tot prioritaire locaties voor drinkwaterinstallaties, net als een ziekenhuis of zorgwoongebouw. Tappunten moeten warm water van minimaal 60 graden Celsius kunnen leveren, om legionella te voorkomen. Omdat de warmte opwekkingstechniek nog volop in ontwikkeling is, worden de installaties daar op een natuurlijk moment in de tijd vervangen.

Maastricht

De 38 nieuwbouwwoningen in het nieuwe azc zijn volledig gasloos gebouwd. De woningen zijn voorzien van een warmtepomp, zonnepanelen en zonnecollectoren voor warm water. De bestaande bouw heeft extra isolatie gekregen om aan het bouwbesluit te kunnen voldoen.

Delfzijl 

Deze locatie is niet alleen volledig gasloos, het is ook de eerste locatie waar straks bouwkundig aan de BENG-eisen (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) wordt voldaan. Minder basisverwarming en meer gebruik van ventilatiesystemen zorgen voor meer flexibiliteit in dienstgebouwen. Zowel de woningen als de dienstengebouwen krijgen warmtepompen type water/waterbodemsystemen in plaats van lucht/watersystemen. Dat is gunstig vanwege een stabiele bodemtemperatuur ten opzichte van een sterk schommelende buitentemperatuur. Bijkomend voordeel: de installatie is deels ondergronds en heeft dus geen last van zoutinvloed. Onderhoudsarm dus.

Gilze Rijen 

De bestaande bouw kan alleen aan de binnenkant worden geïsoleerd, ook omdat het een monument is. Er worden extra binnenvoorzetwanden geplaatst en er is gekozen voor warmtepompen per gebouw. Deze woongebouwen worden all electric, gasloos dus.

Burgum

In Burgum is er geen gasinfrastructuur meer in de woonwijk, ook hier wordt alles all elektric gemaakt. De woningen en dienstgebouwen krijgen zonnepanelen voor ‘nul op de meter’ verbruik. Ook hier worden zo min mogelijk systemen geplaatst: geen radiatoren, wel vloerverwarming en ventilatie die kan koelen en verwarmen.

Er wordt op meer plekken in het land gewerkt aan prachtlocaties, zoals Apeldoorn, Katwijk en Amsterdam. Op deze laatste locatie wordt stadsverwarming gebruikt.