Locatiemanager Benny Schonewille (rechts op de foto) met Nico Weever van VluchtelingenWerk van het team dat op het azc in Sneek werkt.

‘Elkaar versterken en aanvullen’

Handreiking samenwerking VluchtelingenWerk Nederland

VluchtelingenWerk Nederland (VWN) en het COA hebben een gemeenschappelijk doel: bijdragen aan snelle integratie van vluchtelingen met een verblijfsvergunning of aan duurzame terugkeer van mensen die geen vergunning krijgen. 

De Handreiking Regionale en lokale samenwerking die in 2019 verscheen, geeft medewerkers van beide organisaties praktische handvatten om de samenwerking regionaal en lokaal te versterken. De ervaringen vanuit verschillende pilots zijn hierin meegenomen.


Landelijk, regionaal en lokaal wordt al goed samengewerkt. Maar er wordt ook nog langs elkaar gewerkt. De handreiking moet ervoor zorgen dat medewerkers van beide organisaties elkaar steeds beter weten te vinden. Door werkzaamheden af te stemmen verbetert de begeleiding. Een doorgaande lijn in die begeleiding versoepelt zowel het integratie- als terugkeerproces. Het afstemmen van voorlichtingsactiviteiten voorkomt dubbele informatie en verwarring en levert voor alle betrokkenen tijdwinst op. Ook het afstemmen van de projecten VOORwerk (initiatief COA) en VIP2 (initiatief VWN) kan inburgering en het vinden van werk versoepelen.

Personeelswisselingen

Goof van Dormolen, manager afdeling begeleiding VluchtelingenWerk: “Wij hebben een andere taak en rol. Het COA is een uitvoeringsorganisatie met een wettelijke taak. VluchtelingenWerk is een individuele en collectieve belangenbehartiger. Maar we werken voor dezelfde mensen en met hetzelfde doel en kunnen elkaar versterken en aanvullen.” Waarom is die extra aandacht voor samenwerking nodig? “Door de groei en krimp zijn er veel personeelswisselingen geweest. Daardoor is ook de kennis over en weer minder geworden. Investeren in de samenwerking is daarom hard nodig. Ook als we kijken naar de nieuwe Wet Inburgering, dan is zinvol om verdere samenwerking te onderzoeken tussen gemeenten, azc’s en VWN. Met elkaar hebben we een grote rol bij een goede inburgering van asielzoekers, van taal en werk tot huisvesting en schuldpreventie.”

‘Door de groei en krimp zijn er veel personeelswisselingen geweest’

Trainingen DigiD

De pilots en de handreiking gaan steeds uit van wat bij een bepaalde locatie past. Zijn er bijvoorbeeld vooral statushouders of terugkeerders gehuisvest? “Samen kijken we naar wat bijdraagt aan samenwerking. Dat leidt tot concrete afspraken om bijvoorbeeld vaker samen aanwezig te zijn bij een ochtendoverleg.” Een mooi voorbeeld van een betere voorbereiding op meedoen in samenleving is de pilot DigiD. Van Dormolen: “Voor vluchtelingen is het belangrijk dat zij al voor vestiging in een gemeente een DigiD hebben. Wij hebben in samenwerking met Digisterker, de Koninklijke Bibliotheek en lokale bibliotheken workshops ontwikkeld voor vluchtelingen. Daarin leren ze omgaan met DigiD en met veiligheid en privacy op internet. Een verkorte versie van de cursus is in samenwerking met het COA op vijf azc’s uitgevoerd voor vergunninghouders daar. Door de positieve resultaten kijken we nu naar mogelijkheden voor een vervolg op meer azc’s.”

Blijven investeren

Zijn grootste wens is het wegwerken van achterstanden bij de IND. “Dat beïnvloedt de situatie in de azc’s sterk. Op heel veel azc’s moeten daardoor mensen worden opgevangen die eigenlijk in een POL thuishoren. Zij houden bedden bezet die anderen nodig hebben en het zorgt voor andere opvangomstandigheden.” Ook is hij een groot voorstander van een meer evenwichtige spreiding van locaties over het land: opvang in de buurt van gemeenten waar mensen ook worden gehuisvest. “Dan kun je meer maatwerk leveren voor gemeenten en vluchtelingen.” Het is dan ook belangrijk om te blijven investeren in samenwerking. “Gebruik maken van elkaars kennis en waardering tonen voor elkaars rollen. Zo dragen onze vrijwilligers bijvoorbeeld bij aan draagvlak, door de onbekendheid over de centra weg te nemen. Naast praktische zaken is het goed ons daar nog meer op te richten. Daar hebben asielzoekers, de maatschappij en wij als organisaties allemaal baat bij.”

Elkaar scherp houden

Benny Schonewille is locatiemanager van het team van VluchtelingenWerk op het azc in Sneek, een van de pilotlocaties om de samenwerking te verbeteren. “VluchtelingenWerk heeft een eigen team op deze locatie. Er werd al goed samengewerkt in Sneek, maar de band met contactpersonen van VWN is nog verder verstevigd, we lopen makkelijk binnen bij elkaar. Ook in de hele unit hebben we bij elkaar gezeten om elkaar beter te leren kennen en begrijpen, op medewerker- en managementniveau. Waar ben je wel of niet van? Wanneer verwijs je naar elkaar door? En we hebben de resultaten van andere pilots met elkaar gedeeld. Je leert er altijd van als je bij elkaar zit. We hebben een andere taak, maar verder zijn we echt collega’s. De ene taak is niet belangrijker dan de ander. Dat geldt ook voor de IND en DT&V. Onze opdrachten staan niet los van elkaar. Als we elkaar scherp blijven houden, dan komen we een heel eind.”