Nauwe samenwerking tussen COA en gemeenten 

Veranderprogramma Inburgering

Een hoger slagingspercentage op inburgering, de taal beter laten aansluiten bij participatie/werk, en inburgering van nieuwkomers gericht op zo snel mogelijk participeren, liefst via betaald werk. 

Dat zijn de doelen van het nieuwe Inburgeringsstelsel dat op 1 januari 2021 in werking treedt. In de voorbereiding van dit nieuwe stelsel, ook wel Veranderprogramma Inburgering (VOI) genoemd, zet het COA in op maximale samenwerking met gemeenten om hieraan bij te dragen. 


In de nieuwe wet blijft de verantwoordelijkheid voor inburgering en participatie een taak van gemeenten. Het COA wil daar naadloos op aansluiten met zijn taken op het gebied van voorinburgering. “Inburgering krijgt voorrang op de voorinburgering. Maar gemeenten zijn nog niet in staat om vanaf dag één in een azc te starten met inburgeringstrajecten aan statushouders. Daarom is het belangrijk dat het programma Voorinburgering op alle azc’s wordt aangeboden aan statushouders, zoals het COA al doet”, zegt Saskia Hinrichs, beleidsadviseur Vroege Integratie en Participatie. Haar collega Saskia Schoolland vult aan: “Wij kennen de vergunninghouders al goed. Dat helpt bij het zo snel en goed mogelijk participeren en integreren in Nederland.”

‘Inburgering krijgt voorrang op de voorinburgering’

Pilotprogramma

Het nieuwe stelsel vereist een optimale aansluiting van voorinburgering en inburgering. Bij de voorbereiding op de nieuwe wet Inburgering ondersteunt het ministerie van SZW de gemeenten met onder meer een pilotprogramma. Dat is bedoeld om de lessen en ervaringen uit de praktijk mee te nemen bij de ontwikkeling van het nieuwe inburgeringsstelsel. Het COA is bij veel pilots betrokken. “Door onze ervaring en expertise in de voorinburgering en de kennis van bewoners kunnen wij ervoor zorgen dat de voorinburgering optimaal aansluit bij de inburgering in gemeenten”, benadrukken de beleidsadviseurs. De eerste vier pilots gingen in augustus 2019 van start. Deze richten zich op een combinatie van het leren van de taal en werken, de integratie van vrouwelijke nareizigers in kader van gezinshereniging, de Brede intake/persoonlijk plan inburgering en participatie (PIP). Het COA is hierbij betrokken en werkt aan doorontwikkeling van een eigen pilot op het gebied van vrouwelijke nareizigers. Eind oktober zijn nog een aantal pilots bekend gemaakt. Deze richten zich op statushouders met een beperkt leervermogen of mensen die in hun eigen taal analfabeet zijn. Dit traject zal gericht zijn op zelfredzaamheid in de samenleving. Daarnaast start een pilot voor nieuwe leerroute met verhoging van de taaleis van A2 naar B1.

Doorgaande lijn

Het COA zet in op een goede samenwerking met gemeenten om de informatieoverdracht over de statushouder zo goed mogelijk te organiseren. Soms is dit door de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG, de Europese privacywetgeving) niet altijd even gemakkelijk. Saskia Hinrichs: “Het is belangrijk dat er een wettelijke basis is voor informatiedeling voor de doorgaande lijn. Het uitwisselen van informatie met gemeenten doen we al via het TaakstellingVolgSysteem (TVS): het COA deelt met gemeenten een digitaal klantprofiel waarin inburgeringsgegevens zijn opgenomen, maar ook gegevens over bijvoorbeeld werkervaring, opleidingsachtergrond en ambities. We willen de klantprofielen graag samen met gemeenten verder ontwikkelen op basis van de specifieke informatiebehoefte.”

Warme overdracht 

Naast de informatieoverdracht via het klantprofiel is er ook een mondeling overdrachtsmoment: de zogenoemde warme overdracht. Die vindt plaats wanneer een statushouder verhuist naar de gemeente. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt in het nieuwe stelsel bij de gemeente met een inspanningsverplichting vanuit het COA. De informatie die het COA verzamelt en al deelt met gemeenten via TVS, helpt hierbij. Saskia Schoolland: “In de ideale situatie is er een driegesprek tussen de casemanager van het COA, de statushouder en de klantmanager van de gemeente, zodat de ’begeleiding op maat’ zoveel mogelijk door kan gaan. Om dit verder vorm te geven, organiseren we in 2020 ook werksessies met gemeenten.”

Regionaal spreidingsbeleid

Naast de nieuwe wet Inburgering hebben ook ontwikkelingen rond het programma Flex van het ministerie van Justitie en Veiligheid, zoals regionaal spreidingsbeleid, directe invloed op de mogelijkheden van vroege integratie en participatie van bewoners. Vanuit screening en matching werkt het COA al aan een betere koppeling tussen statushouders en de arbeidsmarktregio’s. Saskia Hinrichs: “Graag kijken we samen met gemeenten hoe we specifieke informatie vanuit gemeenten over arbeidsmarktkansen in een vroeg stadium kunnen inzetten om kansrijke asielzoekers al eerder in de nabijheid van de betreffende gemeenten te kunnen plaatsen.”

Leerbaarheidstoets

Het COA zet in het kader van de nieuwe wet Inburgering ook in op het behoud van de leerbaarheidstoets bij het COA. Zodra een vergunninghouder start met zijn NT2-les in het kader van Voorbereiding op inburgering (V-inburgering), maakt hij een leerbaarheidstoets (NT2 of alfa). Aan de hand van de behaalde score wordt de cursist in de meest passende taalniveaugroep geplaatst. Er zijn drie niveaugroepen: analfabeten, laagopgeleiden en midden-/hoogopgeleiden. NT2-docenten van het COA zijn gecertificeerd en hebben ruime ervaring in het afnemen van deze toetsen.